Foto door Vitaly Gariev op Unsplash
Afbeelding bij artikel: Arbeidskorting in Box 1: zo werkt het in 2026
7 min leestijdBelastingchecker Redactie

Arbeidskorting in Box 1: zo werkt het in 2026

De arbeidskorting is een van de grootste heffingskortingen voor werkenden in Nederland. In 2026 kan de korting oplopen tot ruim €5.000 per jaar. Maar hoe meer u verdient, hoe lager de korting soms wordt.

In dit artikel leggen wij uit hoe de arbeidskorting werkt. Met een tabel en voorbeelden bij verschillende inkomens.

Wat is de arbeidskorting?

De arbeidskorting is een heffingskorting. U trekt hem direct af van de belasting die u betaalt over uw inkomen uit werk en woning (Box 1).

De korting is opgebouwd in drie fases:

  • Opbouwfase: uw inkomen stijgt, de korting stijgt mee.
  • Maximumfase: bij een bepaald inkomen bereikt u de maximale korting.
  • Afbouwfase: boven een hogere grens neemt de korting weer af.

De afbouw zorgt ervoor dat de korting nooit onevenredig groot wordt voor hogere inkomens.

Hoeveel is de arbeidskorting in 2026?

De exacte bedragen worden elk jaar vastgesteld. Voor 2026 gelden de volgende richtpunten:

Inkomen uit werkArbeidskorting (circa)
€10.000€630
€20.000€2.520
€30.000€4.180
€40.000€5.000 (maximum)
€50.000€5.000 (maximum)
€60.000€4.600
€75.000€3.550
€100.000€1.200

De tabel laat zien dat de korting stijgt tot circa €40.000 inkomen. Daarna blijft hij even hoog. Vanaf ongeveer €50.000 begint de korting af te bouwen.

Let op: dit zijn richtbedragen voor 2026. De exacte bedragen worden vastgesteld in de wet. Kleine afwijkingen zijn mogelijk.

Voor wie is de arbeidskorting?

U heeft recht op de arbeidskorting als u inkomen heeft uit:

  • Loondienst (werknemer)
  • Winst uit onderneming (ZZP'er of ondernemer)
  • Resultaat uit overige werkzaamheden (freelancer)

Ook als u een uitkering heeft die valt onder de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (SUWI), kunt u recht hebben op de korting.

Let op voor gepensioneerden: de arbeidskorting wordt ook berekend over uw AOW-uitkering. Tot uw AOW-leeftijd bouwt u korting op. Daarna geldt een apart regime.

Rekenvoorbeelden

Drie voorbeelden bij verschillende inkomens.

Voorbeeld 1: deeltijdwerker

Sophie werkt 24 uur per week. Zij verdient €22.000 bruto per jaar. Hoeveel krijgt zij? Circa €2.870 arbeidskorting per jaar.

Voorbeeld 2: modaal inkomen

Mark werkt fulltime en verdient €40.000 bruto per jaar. Hoeveel krijgt hij? Circa €5.000 arbeidskorting per jaar. Dit is het maximum.

Voorbeeld 3: hoger inkomen

Linda verdient €85.000 bruto per jaar als IT-consultant. Hoeveel krijgt zij? Circa €2.700 arbeidskorting per jaar. De korting is hier al flink afgebouwd.

Wanneer bouwt de korting af?

Vanaf een inkomen van circa €40.000 bereikt u het maximum. Daarna blijft de korting gelijk tot circa €50.000 inkomen. Boven die grens wordt de korting stapsgewijs lager.

De afbouw gaat door tot aan de hoogste schijf van Box 1. Bij een inkomen van €100.000 of meer is de korting vrijwel verdwenen.

Dit betekent dat de arbeidskorting het meest oplevert voor werkenden met een inkomen tussen €25.000 en €50.000.

De drie fases uitgelegd

De arbeidskorting kent drie duidelijke fases. Elke fase heeft een eigen inkomenstraject.

Fase 1: opbouw (tot circa €40.000).

Uw inkomen stijgt, de korting stijgt mee. In deze fase groeit de korting met circa 8,5 procent van elke euro die u extra verdient. Voor werkenden met een inkomen onder €40.000 is dit de fase waarin de korting het hardst groeit.

Fase 2: plateau (circa €40.000 tot €50.000).

In dit traject blijft de korting gelijk op het maximum van ongeveer €5.000. Uw inkomen stijgt, maar de korting verandert niet. Dit is bewust zo ontworpen om hogere inkomens niet te veel te bevoordelen.

Fase 3: afbouw (boven circa €50.000).

Boven de afbouwgrens daalt de korting stapsgewijs. Per euro die u extra verdient, verliest u een deel van de korting. Dit gaat door tot uw inkomen het einde van Box 1 bereikt. Bij een inkomen boven €100.000 is de korting vrijwel nul.

De overheid gebruikt deze drie fases om de arbeidskorting gericht in te zetten voor de middeninkomens.

Veelgemaakte fouten

Deze fouten over de arbeidskorting zien wij vaak:

Fout 1: denken dat de korting voor iedereen gelijk is.

De arbeidskorting is geen vast bedrag. Het bedrag hangt af van uw inkomen. Twee collega's met dezelfde baan kunnen een heel andere korting krijgen als hun inkomens verschillen.

Fout 2: de korting niet zien in uw loonstrook.

Op uw loonstrook staat de arbeidskorting niet als apart bedrag. U ziet alleen het netto-loon dat u krijgt. De korting is verwerkt in de loonheffing die uw werkgever inhoudt.

Fout 3: stoppen met werken en de korting verliezen.

Stopt u met werken? Dan verliest u de arbeidskorting. Dit kan een flinke teruggang in uw netto-inkomen betekenen. Reken dit vooraf door als u overweegt om minder te gaan werken.

Fout 4: denken dat de korting doorwerkt in toeslagen.

De arbeidskorting verlaagt uw belasting. Maar voor toeslagen zoals zorgtoeslag en huurtoeslag telt uw bruto-inkomen. De korting heeft geen direct effect op uw toeslagen.

Fout 5: bij twee banen de korting dubbel ontvangen.

Werkgevers verrekenen elk een deel van de korting via de loonheffing. Het totaal mag niet boven het maximum uitkomen. In uw aangifte corrigeert de Belastingdienst dit. U kunt dit niet zelf opgeven.

Fout 6: vergeten dat AOW'ers een lagere korting krijgen.

Vanaf het jaar dat u AOW-leeftijd bereikt, wordt de arbeidskorting lager. Dit geldt ook als u nog blijft werken na uw AOW-leeftijd.

Lees ook: [Wat is het verschil tussen een aftrekpost en een heffingskorting?](/artikelen/verschil-aftrekpost-heffingskorting) en [Inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK)](/artikelen/inkomensafhankelijke-combinatiekorting-iack).

Veelgestelde vragen

Krijg ik de arbeidskorting automatisch?

Ja. Uw werkgever past de korting toe via de loonheffing. Als ZZP'er verrekent de Belastingdienst de korting in uw aangifte.

Kan ik de arbeidskorting combineren met andere kortingen?

Ja. U kunt de arbeidskorting stapelen met de algemene heffingskorting en andere heffingskortingen waar u recht op heeft.

Wat als ik meerdere banen heb?

Uw werkgevers verrekenen elk een deel van de korting. Het totaal mag niet boven het maximum uitkomen. In uw aangifte wordt dit gecorrigeerd.

Hebben AOW'ers ook recht op de arbeidskorting?

Ja, maar het bedrag wordt lager vanaf het jaar dat u AOW-leeftijd bereikt.

Verandert de arbeidskorting elk jaar?

Ja. Elk jaar stelt de overheid de grenzen en maximumbedragen opnieuw vast. Meestal worden ze aangepast aan de inflatie en aanwijzingen vanuit de politiek.

Wat als mijn inkomen sterk schommelt?

Uw arbeidskorting wordt berekend over uw totale inkomen in een jaar. Een paar maanden hoog inkomen en daarna lager, levert een ander bedrag op dan een stabiel middeninkomen. Het gaat om het jaarinkomen, niet om uw maandinkomen.

Kan ik de arbeidskorting ook krijgen over mijn pensioen?

Uw AOW-uitkering telt mee als inkomen voor de opbouw van de arbeidskorting. Maar zodra u de AOW-leeftijd bereikt, gelden er andere tabellen en wordt de korting lager.

Krijg ik de korting ook als ik in het buitenland werk voor een Nederlands bedrijf?

Werkt u in loondienst bij een Nederlandse werkgever? Dan geldt de korting via de loonheffing. Werkt u als zelfstandige in het buitenland? Dan gelden aparte regels. Het is afhankelijk van het verdrag tussen Nederland en uw werkland.

Meer informatie vindt u op [Belastingdienst.nl over heffingskortingen](https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/prive/inkomstenbelasting/heffingskortingen_en_aftrekposten/heffingskortingen/).

Controleer uw voordeel

Wilt u weten hoeveel arbeidskorting u krijgt? En welke andere heffingskortingen voor u gelden? Doe de gratis scan op [Belastingchecker.nl](/checker). Binnen 2 minuten ziet u uw mogelijke voordeel.

De scan is gratis en anoniem. U vult geen persoonlijke gegevens in. U krijgt direct een overzicht van alle belastingvoordelen waar u recht op heeft.

Wil je weten welke voordelen voor jou persoonlijk gelden?

Ontdek je belastingvoordelen →