Verschil heffingskorting en aftrekpost: zo zit het in elkaar
Een heffingskorting en een aftrekpost lijken op elkaar. Allebei verlagen ze uw belasting. Maar ze werken op een andere plek in de berekening. Een aftrekpost haalt bedragen van uw inkomen af vóór de belasting wordt berekend. Een heffingskorting haalt een bedrag van de belasting af nadat die is berekend. Dat verschil klinkt klein, maar het scheelt soms honderden euro's per jaar.
Wat is een aftrekpost?
Een aftrekpost is een bedrag dat u van uw bruto inkomen in box 1 mag aftrekken. Daardoor daalt uw belastbaar inkomen. Over een lager inkomen betaalt u minder belasting.
Veelgebruikte aftrekposten in box 1 zijn:
- hypotheekrenteaftrek
- aftrek van betaalde partneralimentatie
- zorgkosten die boven de drempel uitkomen
- giften aan een ANBI (algemeen nut beogende instelling)
- studiekosten bij werknemers (onder voorwaarden)
Het voordeel van een aftrekpost is afhankelijk van het tarief dat u over uw inkomen betaalt. Bij een inkomen in de hoogste schijf is een aftrekpost meer waard dan bij een inkomen in de laagste schijf.
Wat is een heffingskorting?
Een heffingskorting is een vast bedrag dat u van de te betalen belasting aftrekt. Uw inkomen verandert niet. Alleen het belastingbedrag daalt.
De bekendste heffingskortingen zijn:
- algemene heffingskorting
- arbeidskorting
- inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK)
- ouderenkorting
- alleenstaande-ouderenkorting
- jonggehandicaptenkorting
Het voordeel van een heffingskorting is altijd precies het bedrag van de korting. Het maakt niet uit in welke schijf uw inkomen valt. Een heffingskorting van € 1.000 scheelt altijd € 1.000 aan belasting.
Het rekenvoorbeeld dat het verschil duidelijk maakt
Stel u heeft een bruto inkomen van € 50.000 in box 1. U heeft recht op een aftrekpost van € 3.000 of een heffingskorting van € 1.000.
Met de aftrekpost daalt uw belastbaar inkomen naar € 47.000. Uw voordeel is € 3.000 maal het tarief van de schijf waarin uw inkomen valt. Bij een marginaal tarief van 37,48% levert de aftrekpost € 1.124,40 op.
Met de heffingskorting van € 1.000 daalt uw belasting direct met € 1.000.
Het verschil: de aftrekpost levert in dit voorbeeld € 124,40 meer op. Maar bij een lager inkomen in een lagere schijf kan het verschil kleiner zijn, of zelfs omslaan.
Bron: Belastingdienst - Aftrekposten.
Wanneer is een aftrekpost meer waard?
Een aftrekpost is meer waard naarmate uw marginaal tarief hoger is. In 2025 zijn de box 1-tarieven als volgt:
- schijf 1: 8,17% tot € 38.441
- schijf 2: 37,48% tot € 76.817
- schijf 3: 49,50% boven € 76.817
Heeft u een inkomen in schijf 3, dan levert elke euro aftrekpost u € 0,495 belastingvoordeel op. Een heffingskorting van hetzelfde bedrag levert u maar € 1,00 op het hele bedrag.
Bij een inkomen in schijf 1 levert een aftrekpost maar € 0,0817 op. Daar is een heffingskorting dus veel meer waard.
Bron: Rijksoverheid - Tarieven inkomstenbelasting 2026.
Veelvoorkomende verwarring
Een paar dingen die mensen vaak door elkaar halen:
- Heffingskorting staat los van uw inkomen. De korting is een vast bedrag of wordt via een staffel berekend op basis van uw arbeidsinkomen. Maar uw aftrekpost gaat van uw belastbaar inkomen af.
- Heffingskortingen worden soms uitbetaald. Als u weinig inkomen heeft, kunt u recht hebben op een uitbetaling van de algemene heffingskorting. Een aftrekpost levert nooit een uitkering op.
- De volgorde in uw aangifte is anders. Eerst berekent de Belastingdienst uw inkomen en aftrekposten. Daarna past de software de heffingskortingen toe. De twee stapelen niet zonder interactie.
Praktisch voorbeeld uit de aangifte
Vult u uw aangifte in via Mijn Belastingdienst, dan ziet u twee aparte onderdelen:
- Aftrekposten: Hier vult u bedragen in zoals hypotheekrente, zorgkosten, giften. Deze staan in de aftrekposten-sectie.
- Heffingskortingen: De meeste heffingskortingen worden automatisch berekend op basis van uw gegevens. U ziet ze terug in het overzicht van de berekening.
De volgorde in de berekening van de Belastingdienst is:
- bepaal uw bruto inkomen in box 1, 2 en 3
- trek uw aftrekposten af van het inkomen in box 1
- bereken de belasting over het resterende inkomen
- trek de heffingskortingen af van de berekende belasting
- het resultaat is wat u betaalt of terugkrijgt
Bron: Belastingdienst - Inkomstenbelasting berekenen.
Welke regels gelden in 2026?
De basis van het verschil tussen een heffingskorting en een aftrekpost is in 2026 niet veranderd. Wel zijn de schijfgrenzen opnieuw vastgesteld. De grens tussen schijf 2 en schijf 3 is in 2026 verhoogd naar € 78.426. Daardoor valt een groter deel van uw inkomen in schijf 2 (37,56%) voordat u in de top van 49,50% komt.
Voor de heffingskortingen gelden de bedragen die de overheid jaarlijks in het Belastingplan vaststelt. De arbeidskorting bouwt in 2026 door tot een maximum van € 5.599, met afbouw boven een inkomen van € 43.071.
Bron: Rijksoverheid - Heffingskortingen 2026.
Wanneer krijgt u een heffingskorting uitbetaald?
Bij lage inkomens kan het voorkomen dat u weinig of geen belasting betaalt. In dat geval kunt u recht hebben op een uitbetaling van een deel van de algemene heffingskorting. Deze uitbetaling loopt niet via uw werkgever of via een voorlopige aanslag, maar wordt automatisch verrekend in uw aangifte.
De uitbetaling geldt tot een bepaald inkomensniveau. Verdient u meer, dan wordt de korting alleen verrekend met de belasting die u betaalt. Het bedrag dat u overhoudt, is dan lager dan de maximale heffingskorting.
Voor de arbeidskorting geldt een vergelijkbare systematiek, maar dan gekoppeld aan uw arbeidsinkomen. Heeft u in een jaar weinig gewerkt, dan is uw opbouw lager. Heeft u veel gewerkt, dan kan de korting hoger uitvallen, maar wordt het teveel boven een grens weer afgebouwd.
Veelgestelde vragen
Is een aftrekpost altijd beter dan een heffingskorting?
Nee. Bij een laag inkomen in schijf 1 is een heffingskorting meer waard dan een aftrekpost van hetzelfde bedrag. De vergelijking hangt af van het tarief in uw hoogste schijf.
Mag ik een aftrekpost en een heffingskorting stapelen?
Ja, dat mag. Beide kunnen naast elkaar gelden. De aftrekpost verlaagt uw inkomen, de heffingskorting verlaagt daarna de belasting. De volgorde ligt vast in de berekening van de Belastingdienst.
Kan ik een heffingskorting overdragen aan mijn partner?
De algemene heffingskorting kan (deels) overgaan naar de partner met het hoogste inkomen. Andere heffingskortingen, zoals de arbeidskorting, zijn niet overdraagbaar. Aftrekposten kent de Belastingdienst altijd toe aan de persoon die de uitgave heeft gedaan.
Wat als u beiden heeft?
In de praktijk heeft u bijna altijd zowel aftrekposten als heffingskortingen. De aftrekposten komen uit uw persoonlijke situatie (hypotheek, alimentatie, zorgkosten). De heffingskortingen krijgt u automatisch op basis van uw inkomen en leeftijd.
De twee versterken elkaar niet. Ze werken onafhankelijk van elkaar. U kunt dus niet "kiezen" tussen een aftrekpost en een heffingskorting. U krijgt wat voor u geldt.
Wat u wél kunt doen: zorgen dat u geen aftrekpost mist. Veel mensen vergeten de kleine aftrekposten, zoals giften aan goede doelen of studiekosten. Met onze Belastingchecker ziet u in 2 minuten welke aftrekposten en heffingskortingen op u van toepassing zijn.
Samenvatting
- Een aftrekpost verlaagt uw belastbaar inkomen in box 1.
- Een heffingskorting verlaagt direct de te betalen belasting.
- Een aftrekpost is meer waard bij een hoger marginaal tarief.
- Een heffingskorting levert altijd precies het bedrag van de korting op.
- De volgorde in uw aangifte: eerst aftrekposten, dan heffingskortingen.
Heeft u hypotheekrente, zorgkosten of giften? En wilt u weten hoeveel belastingvoordeel dat oplevert? Met onze Belastingchecker ziet u in 2 minuten hoeveel u terugkrijgt. De tool rekent met al uw aftrekposten en heffingskortingen. Wilt u meer weten over aftrekposten voor zorgkosten? Lees ook ons artikel over welke zorgkosten u kunt aftrekken.
Wil je weten welke voordelen voor jou persoonlijk gelden?
Ontdek je belastingvoordelen →