Algemene heffingskorting voor uw partner: wat betekent dit voor u?
Hoe de algemene heffingskorting werkt bij een partner
De algemene heffingskorting is een van de belangrijkste heffingskortingen in het Nederlandse belastingstelsel. Iedereen die inkomstenbelasting betaalt, komt in aanmerking voor deze korting. Door de algemene heffingskorting betaalt u minder belasting over uw inkomen uit werk of uitkering.
Maar wat gebeurt er als u een fiscale partner hebt waarbij één van u weinig of geen eigen inkomen heeft? In dat geval kan de situatie ingewikkeld worden. De algemene heffingskorting wordt namelijk automatisch verdeeld tussen partners, en de mogelijkheid om de korting uit te laten betalen is de afgelopen jaren flink veranderd.
Hieronder leest u hoe dit werkt, welke regels er gelden voor de minstverdienende partner, en wat u kunt doen om te zorgen dat u geen geld misloopt.
De basis: hoe hoog is de algemene heffingskorting?
De algemene heffingskorting is inkomensafhankelijk. Dit betekent dat de hoogte van uw korting afhangt van uw verzamelinkomen. Hoe hoger uw inkomen, hoe lager de korting. Boven een bepaald inkomen krijgt u helemaal geen algemene heffingskorting meer.
In het belastingjaar 2025 bedraagt de maximale algemene heffingskorting ongeveer € 1.681 per persoon wanneer het inkomen gelijk wordt verdeeld tussen partners. Als beide partners samen volledig profiteren, kan het totale bedrag oplopen tot € 3.362. De bedragen voor het belastingjaar 2026 stelt de Belastingdienst apart vast. Controleer deze op de site van de Belastingdienst voordat u uw aangifte doet.
De exacte bedragen hangen af van uw individuele situatie. De Belastingdienst berekent de korting automatisch in uw aangifte inkomstenbelasting. Werkt u in loondienst? Dan past uw werkgever de korting alvast toe op uw salaris, zodat u minder belasting betaalt over uw maandinkomen.
Waarom de uitbetaling aan partners is afgebouwd
Vroeger kon de minstverdienende partner de volledige algemene heffingskorting laten uitbetalen via de belasting van de partner met het hoogste inkomen. Dit was gunstig voor stellen waarbij één partner weinig of niet werkte. De partner met het hogere inkomen kon toen de korting van de partner met het lagere inkomen volledig gebruiken.
Sinds 2009 is deze regel stap voor stap afgebouwd. De reden hiervoor was dat de overheid de kosten van de heffingskortingen wilde beperken. De uitbetaling aan de minstverdienende partner is in verschillende tranches afgebouwd, waardoor steeds minder mensen hier nog recht op hebben.
In 2025 is de situatie als volgt: de uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de minstverdienende partner is alleen nog mogelijk voor mensen die geboren zijn voor 1 januari 1963. Wie daarna geboren is en weinig of geen eigen inkomen heeft, kan de eigen algemene heffingskorting alleen nog verzilveren voor zover er zelf belasting wordt betaald.
Dit betekent concreet dat als uw partner geen eigen inkomen heeft en geboren is na 1962, de partner de algemene heffingskorting niet kan laten uitbetalen. Er is simpelweg geen belasting om de korting tegen weg te strepen.
Wie heeft nog recht op uitbetaling in 2026?
In het belastingjaar 2026 gelden de volgende regels voor de uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de minstverdienende partner.
Bent u de minstverdienende partner en bent u geboren voor 1963? Dan kan de Belastingdienst in 2026 uw eigen algemene heffingskorting aan u uitbetalen. Hoeveel u precies krijgt, hangt af van uw eigen inkomen en van de belasting die uw partner moet betalen. Het exacte maximum voor 2026 vindt u op de site van de Belastingdienst. De uitbetaling gebeurt automatisch na het doen van uw aangifte. U hoeft hiervoor geen apart verzoek in te dienen of een speciaal formulier in te vullen.
Bent u de minstverdienende partner en bent u geboren na 1962? Dan betaalt de Belastingdienst in 2026 geen algemene heffingskorting meer aan u uit. In dat geval krijgt u de korting alleen voor zover u zelf belasting betaalt. Heeft u geen eigen inkomen of een heel laag inkomen waarbij weinig tot geen belasting wordt geheven? Dan blijft de korting onbenut.
Deze regel is vastgelegd in de belastingwetgeving en wordt automatisch toegepast door de Belastingdienst bij de behandeling van uw aangifte. Het geboortejaar van uw partner speelt hierbij een belangrijke rol, dus het is verstandig om dit te controleren als u wilt weten waar u recht op hebt.
Rekenvoorbeeld: partner met weinig inkomen
Om duidelijk te maken wat dit in de praktijk betekent, geven we een rekenvoorbeeld.
Stel dat partner A in het belastingjaar 2025 werkt en een inkomen heeft van € 40.000. Partner B heeft geen eigen inkomen en is geboren in 1975. In dit geval kan partner B de eigen algemene heffingskorting niet laten uitbetalen omdat er geen eigen belasting is om de korting tegen weg te strepen. De korting blijft onbenut, wat neerkomt op een gemiste besparing van ongeveer € 1.681.
Als partner B geboren zou zijn voor 1963, dan zou de situatie anders zijn. In dat geval kan de Belastingdienst de eigen algemene heffingskorting van partner B uitbetalen, in 2025 ongeveer € 1.681. Dit bedrag wordt verrekend met de belasting die partner A betaalt, waardoor het gezamenlijke belastingvoordeel hoger uitvalt.
Het verschil tussen beide situaties is dus aanzienlijk. Waar partner B met geboortejaar 1975 niets ontvangt, kan partner B met geboortejaar 1962 de eigen korting wel uitbetaald krijgen. Dat scheelt honderden euro's per jaar.
Wat kunt u doen om geld te besparen?
Als uw partner geen recht heeft op uitbetaling van de algemene heffingskorting, zijn er andere manieren om te zorgen dat u geen geld misloopt.
Allereerst is het belangrijk om te controleren of u alle voorwaarden voor andere heffingskortingen vervult. De arbeidskorting bijvoorbeeld is een andere belangrijke korting die u kunt krijgen als u werkt. Meer informatie over de arbeidskorting vindt u in ons artikel over de arbeidskorting in box 1.
Daarnaast is het verstandig om te kijken of u in aanmerking komt voor toeslagen. Huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget zijn voorbeelden van toeslagen die uw financiële situatie kunnen verbeteren. Onze fiscale partner toeslagen 2026 gids helpt u te begrijpen hoe partnerschap uw toeslagen beïnvloedt.
Ook is het nuttig om te bekijken of uw partner kan werken, zelfs parttime. Elke euro aan inkomen kan helpen om de eigen algemene heffingskorting (gedeeltelijk) te verzilveren. Hoe meer eigen inkomen uw partner heeft, hoe meer van de korting hij of zij zelf kan verzilveren.
Verschil tussen algemene heffingskorting en andere kortingen
Let op dat u de algemene heffingskorting niet verwart met andere heffingskortingen. De algemene heffingskorting is een basiskorting die bijna iedereen ontvangt, ongeacht of u werkt of een uitkering heeft.
De arbeidskorting daarentegen is alleen bedoeld voor mensen die werken. Hoe hoger uw arbeidsinkomen, hoe hoger de arbeidskorting (tot een bepaald maximum). Lees meer over de verschillen in ons artikel over het verschil tussen heffingskortingen en aftrekposten.
Een andere belangrijke korting is de inkomensafhankelijke combinatiekorting, ook wel IACK genoemd. Deze korting is bedoeld voor ouders met jonge kinderen die werken. Meer informatie vindt u in ons artikel over de inkomensafhankelijke combinatiekorting.
Hoe het belastingstelsel werkt met drie boxen
Om de algemene heffingskorting goed te begrijpen, is het nuttig om te weten hoe het Nederlandse belastingstelsel is opgebouwd. Nederland kent drie verschillende boxen voor de inkomstenbelasting.
Box 1 is de eerste box en bevat uw inkomen uit werk en woning. Dit is het inkomen waarop de algemene heffingskorting van toepassing is. Box 2 gaat over inkomen uit aanmerkelijk belang in een bedrijf. Box 3 ten slotte gaat over uw vermogen uit sparen en beleggen.
Meer informatie over hoe deze boxen werken, leest u in ons artikel over het drie boxen belastingstelsel.
Controleer uw situatie met de Belastingdienst
Om te zien hoeveel algemene heffingskorting u precies kunt krijgen, kunt u gebruikmaken van de tabellen op de website van de Belastingdienst. Voor het belastingjaar 2026 zijn deze tabellen beschikbaar op de pagina over de algemene heffingskorting.
Heeft u vorig jaar de heffingskorting uitbetaald gekregen en wilt u weten of u daar nog steeds recht op hebt? Dan kunt u online uw voorlopige aanslag controleren. Als u ziet dat uw partner te weinig inkomen heeft om uw heffingskortingen uitbetaald te krijgen, kunt u uw voorlopige aanslag aanpassen. Hiermee voorkomt u dat u een bedrag aan de Belastingdienst moet terugbetalen.
Wat betekent dit voor u?
De algemene heffingskorting voor partners werkt als volgt. Partners kunnen de korting onderling verdelen. De minstverdienende partner kan de korting alleen uitbetaald krijgen als er voldoende belasting is om de korting tegen weg te strepen.
De uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de minstverdienende partner is sinds 2009 flink afgebouwd. In 2026 heeft alleen nog recht op uitbetaling wie geboren is voor 1 januari 1963. Het exacte maximum voor 2026 vindt u op de site van de Belastingdienst.
Wie geboren is na 1962 en weinig of geen eigen inkomen heeft, kan de eigen algemene heffingskorting niet laten uitbetalen. De korting blijft onbenut als er geen eigen belasting is om te verlagen.
Om te zorgen dat u geen geld misloopt, is het verstandig om uw situatie te controleren met de Belastingdienst tool en te kijken of u in aanmerking komt voor andere kortingen of toeslagen. Met onze belastingchecker kunt u eenvoudig zien welke voordelen voor u relevant zijn.
Weet u niet of deze regeling voor u geldt?
Doe de voordeelcheck. Die rekent in twee minuten uit wat u kunt terugkrijgen.
Start de check